Amanda, minaretten, en een nieuw verbond

Mijn nieuwe column op de website van Binnenlands Bestuur:

Heeft u wel eens van Amanda Kluveld gehoord? Zij is historica, werkt aan de universiteit van Maastricht, doet vrijdags mee aan een radioprogramma (OBA-live) en schrijft iedere week een opiniestukje op de website van de Volkskrant. Altijd leesbaar en niet zelden behartigenswaardig.

Deze week heeft zij zichzelf overtroffen met een artikel getiteld: ‘Christendom, zo gek nog niet’. Dat doet denken aan de Nederlandse vertaling van een recent boek van de Amerikaanse schrijver Dinesh D’Souza: Het christendom is zo gek nog niet (uitgeverij Nieuw-Amsterdam). Maar terwijl D’Souza niet alleen de gelovigen maar ook de sceptici sceptisch tegemoet treedt en duidelijk maakt dat het christendom niet door de wetenschap voor joker is gezet, heeft Amanda Kluveld het vooral over de culturele relevantie van het christendom.

Die relevantie is volgens haar erg groot. Ze vindt zelfs dat we het christendom een aparte, bevoorrechte positie moeten geven ‘die recht doet aan het belang van het christendom voor onze cultuur’. In een zelfbewust christendom ziet Kluveld, die haar eigen positie vermoedelijk als ‘agnostisch cultuurchristelijk’ zal definiëren, een bondgenoot tegen ‘de toenemende invloed van de islam op het denken van onze bestuurders en in het straatbeeld’. Ik weet het natuurlijk niet zeker, maar ik denk dat ook Amanda Kluveld, net als ik, voor een minarettenverbod zou hebben gestemd.

Natuurlijk heeft ze geen goed woord over voor christenen die in deze tijden van scherpe debatten, tegen de islam aanschurken: mensen als bisschop Muskens en CU-senator Schuurman die een pact met de islam willen sluiten en in dat kader bereid zijn alle verschillen tussen islam en christendom te verdoezelen.

Amanda Kluveld wil die verschillen juist veel duidelijker benadrukken. Ze verzet zich – en u merkt wellicht al, lezer, dat ik steeds enthousiaster haar betoog weergeef – tegen de neiging om alle geloven op één hoop te gooien. Als er kritiek op de islam wordt geuit, zeggen de relativisten dat wij zelf ook orthodox volk in ons midden hebben (gehad) – alsof het probleem met bepaalde aspecten van de islam en met het islamitisch onderwijs met die dooddoener als bij toverslag zou zijn verdwenen!

Het betoog van Amanda Kluveld is vooral een poging, als ik haar goed begrijp, om ‘ongelovige Nederlanders’ te doen inzien dat zij schatplichtig zijn aan het christendom en dus hun ruzietjes en spotternijen met het christelijk geloof eens moeten opgeven. Als christenen dan eens ophouden om voor een verbond met de islam te kiezen en zich achter de democratische rechtsstaat opstellen, kan er nog iets moois voortkomen uit een nieuw verbond dat een breuk met de Nederlandse geschiedenis zou betekenen maar in deze tijden nodiger is dan ooit.

Agnostici als Amanda Kluveld die strijdbaar willen zijn voor het behoud van een vrij land. Christenen als Bas van der Vlies, die de film Fitna een ‘prikkelende inzet tot het debat’ noemde en daarover gekapitteld werd door Wouter Bos. Die vroeg hem wat hij van een film had gevonden die op dezelfde manier over het christendom en de bijbel zou zijn gegaan? Waarop van der Vlies antwoordde dat hij met die vraag niets kon beginnen. ‘Om de eenvoudige reden dat zo’n film niet te maken is’.

Bij zo’n verbond sluit ik me graag aan.