Donkere tijden

Begin jaren tachtig waren donkere wolken samengepakt boven ons land. De euforie van de Revolutie en de stijgende welvaart had plaatsgemaakt voor somberheid alom. ‘Die tijd komt nooit meer terug’ sprak Joop den Uyl. De toekomst was een woestijn van werkeloosheid. Of zou er niet komen, met een Derde Wereldoorlog die elk moment kon uitbreken.

Andere Tijden gaat terug naar 1982, naar het programma Tijdsverschijnselen waarin jongeren hun ongezouten mening uitten over de wereld waarin zij leefden. U raadt het al: veel geweeklaag over te weinig werk en de ‘grote witte mannen’. Slechts een enkele jongeman - formeel gekleed, met stropdas - durfde tegen te werpen dat je niet met het beschuldigende vingertje naar ‘de wereld’ moet wijzen, maar zelf de handen uit de mouwen moet steken. (Niet iedereen ontbrak het dus aan gezond, rechts verstand.) Op dat moment konden de  aanwezige punkers niet anders dan als apen op en neer springen en ‘nazi, nazi!’ in de microfoon roepen.

Kijkend naar deze ontaarde, reddeloze jeugd moest ik denken aan een boek van Allan Bloom. In The Closing of the American Mind beschrijft de filosoof levendig hoe jongeren elke vastigheid in het leven kwijt geraakt zijn. Waarheid bestaat niet, zo krijgen ze te horen, en de eigen cultuur is louter een middel tot onderdrukking. Teruggrijpen op de grote literatuur en de geschiedenis om een weg te vinden in de grote wereld kunnen ze daarom niet. Stuurloos dobberen ze rond. Het moreel kompas is kwijt.

In de jaren tachtig liet het aantrekken van de economie de somberheid plaatsmaken voor optimisme,  een geloof in de zonnige toekomst dat we zien in Francis Fukuyama’s idee van de end of history. Het eens triomferende neoliberalisme is met de kredietcrisis echter een snelle dood gestorven. Donkere wolken pakken samen boven onze hoofden. En kan in een gebroken cultuur daar niet het licht voorgoed achter de wolken verdwijnen?