Wat Kissinger leert

Printervriendelijke versieStuur deze tekst naar een bekendePDF versie

Er zijn eigenlijk maar twee visies op politiek. De ene wil werkelijk naar ideaal aanpassen: de andere neemt de wereld zoals die is. Deze aloude tweedeling treedt nergens duidelijker naar voren dan in de geschiedenis van de internationale betrekkingen. Daarin is lange tijd het realistische paradigma dominant geweest. Het realisme neemt politiek als gegeven, als een eeuwige strijd waarin wij op volle kracht moeten meevechten willen we niet omkomen. Wil een staat wat gedaan krijgen, dan zal het spierballen moeten tonen. Macht is de sleutel tot invloed. En wanneer alle staten naar macht streven, ontstaan er een machtsbalans.

Idealisten hekelen macht. Vrede moet niet gebaseerd worden op dwang en afschrikking, maar op collectieve veiligheid. Op dat principe bouwde de Amerikaanse president Woodrow Wilson na de Eerste Wereldoorlog de Volkerenbond. Wat voorkomt dat leden van de bond elkaar naar de keel vliegen? Het inzicht dat hun belangen uiteindelijk niet conflicteren, maar precies hetzelfde zijn. Wij moeten niet kijken naar wat voor ons eigen land goed is, maar wat de mensheid verbetert. Uiteindelijk komen wij dan op een universele beschaving uit waarin er geen oorlog meer is.

De Volkerenbond was gebaseerd op collectief belang, niet op macht. Toen Italië op veroveringstocht in Ethiopië ging, kon de meester daarom geen corrigerende tik uitdelen: hij mocht alleen het vingertje heffen. En met Frankrijk zwak en Engeland en Amerika isolationistisch, stond de bond machteloos tegenover de industriële en militaire opmars van nazi-Duitsland. Het behoeft niet gezegd te worden dat de gevolgen desastreus zijn geweest.

Idealisten bouwen prachtige luchtkastelen en worden boos als de werkelijkheid zich niet naar hun mooie ideeën voegt. Realisten weten echter dat je in het water wel moet zwemmen: wie weigert, verzuipt.