Mohamed en de 10 geboden

Printervriendelijke versieStuur deze tekst naar een bekendePDF versie

In mijn kritiek op de Islam zal ik mij niet beroepen op liberale beginselen als de vrijheid van meningsuiting of iets dergelijks, maar juist op het Christendom en de Europese Traditie. Een goede -maar zeker niet de enige- toetssteen voor de waarde van de Islam is om haar zogenaamde profeet langs de lat van de tien geboden te leggen op grond van historische waarneming: 

1. Ik ben de eeuwige uw God die u uit het land Egypte, uit het diensthuis, geleid heb.

Mohamed erkende inderdaad dat er maar één God was. Op dat standpunt stond hij destijds echter niet alleen, aangezien er ook Christenen en Joden in Arabië leefde. Hij begon zich bovendien te profileren als een profeet, terwijl zijn komst in geen enkele overlevering wordt voorzien of aangekondigd. Bovendien was Mohamed een opportunist: eerst wilde hij zijn volgelingen richting Jeruzalem laten bidden om de sympathie van de Joden te winnen, maar toen dat niet lukte werd Mekka -precies in tegenovergestelde richting liggend- het richtpunt van de Islamitische gebeden.

2. Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben.

Mohamed was zeker geen polytheïst, maar hij erkende daarentegen ook niet de mogelijkheid van verzoening door boetedoening en vergeving. De leer van Mohamed herstelde niet de relatie tussen God en de mens, maar verwijderde God van de mens en bracht de mens Mohamed als profeet meer op de voorgrond. Wat in de Islam domineert is niet de geopenbaarde waarheid van God, maar het leven en handelen van Mohamed als zogenaamde profeet.

3. Gij zult de naam van de Eeuwige, uw God, niet ijdel gebruiken.

Mohamed beweerde dat hij openbaringen kreeg via engelen. In de oude geschriften van zowel heidenen, als Christen en Joden, wordt -nogmaals- nergens zijn komst aangekondigd en hij vervult tijdens zijn leven geen enkele profetie. Zijn leer bevat zelfs geen nieuwe openbaringsgegevens. Hij werd in zijn eigen tijd al gezien als een bedrieger, met andere woorden een valse profeet die een valse getuigenis aflegt.

4. Gedenk de Sjabbat, dat gij die heiligt.

Mohamed was zeker op zijn eigen manier een vroom man, wat hem er echter niet van weerhield om af te wijken van de Joden en Christenen wat betreft de heilige dag van de week. Bovendien kennen de moslims geen werkelijke rustdag, maar meer een soort ‘vrijdaggebed’. Het is voor moslims doorgaans een normale werkdag.

5. Eer uw vader en uw moeder.

Mohamed werd geboren als wees en opgevoed door zijn oom. Hij had dan ook geen sterk rolmodel voor zijn eigen familie en derhalve is de familie-moraal een zwak punt binnen de Islam. Zo is polygamie heel gewoon in de Islamitische wereld, waardoor de positie van de vrouw zwak is. Bovendien wordt het erfrecht voor weduwen binnen het Islamitisch recht ernstig beperkt door de voorrang van zoons bij de verdeling

6. Gij zult niet doodslaan.

Mohamed heeft naar mijn beste weten niemand met zijn eigen hand ter dood gebracht, maar dit zal ongetwijfeld ook gelden voor Adolf Hitler en Josef Stalin. Zoals elke zichzelf respecterende dictator liet Mohamed het doden van eenieder die zijn leer in twijfel trok over aan zijn beulen. Critici die zich actief verzette tegen de dominantie van Mohamed en zijn volgelingen werden ter dood gebracht. Op geloofsafval staat voor moslims bovendien de doodstraf.

7. Gij zult niet echtbreken.

Huwelijkse trouw is zeer relatief binnen de Islam, wat wordt bevestigd door de mogelijkheid om het huwelijk te ontbinden, waartoe Mohamed zijn volgelingen toe aanzette. Overigens mag een man meerdere vrouwen hebben binnen een Islamitisch huwelijk, waardoor het huwelijks nauwelijks exclusief is te noemen.

8. Gij zult niet stelen.

Nadat Mohamed Mekka had verlaten raakte hij op het dievenpad en overviel karavanen van handelaren die naar Mekka gingen. Hij verdeelde de buit weliswaar onder zijn volgelingen, maar desalniettemin was hij een ordinaire dief. Tekenend is dat tevoren karavanen niet structureel hoefden te worden beschermd door een escorte, maar dat dit later door het toedoen van Mohamed wel een gewoonte werd, wat leidde tot bloedige confrontaties.

9. Gij zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste.

Mohamed kon heel slecht tegen kritiek en reeds tijdens zijn leven werd hij bespot en bestreden door de opiniemakers van toen, de dichters. Toen hij eenmaal aan de macht kwam werden de meeste van hen gedood en werd zijn afkeer van onafhankelijke en kritische geesten gecanoniseerd in de Koran: “Hoed u voor de dichters.” Hiermee spreekt Mohamed over zijn graf heen de doodstraf uit tegenover eenieder die zijn profeetschap in twijfel trekt, terwijl zijn openbaringen niet worden gestaafd door getuigen of vergezeld worden door wonderen. Hij legde de bewijslast bij zijn tegenstanders. 

10. Gij zult niets begeren dat van uw naaste is.

Mohamed was geen bescheiden man. Feitelijk staat zijn hele leven in het teken van het verwerven van macht, aanzien en goederen. Hij nam de vrouwen van zijn vrienden, stal de goederen van handelaren met Mekka en verkocht de kinderen en vrouwen van zijn vijanden aan slavenhandelaren voor zijn eigen gewin. Er is niets stoffelijks of onstoffelijks dat Mohamed niet heeft begeerd, waarbij het niet uitmaakte of het reeds het bezit van van iemand anders of niet.

Mohamed doorstaat de tien geboden bij lange na niet en mag gerust een valse profeet worden genoemd. Een aardig boek over het leven van Mohamed en de erfenis van zijn volgelingen kun je lezen op de website van dr. Koenraad Elst: De Islam voor ongelovigen.