Balkenende en de Demos

Al een geruime tijd kijkt Nederland, en dan vooral dat gedeelte van Nederland dat zich ‘de pers’ noemt, met spanning naar hoe de regering besluit de crisis te lijf te gaan. Eerst in het Torentje, daarna in het Catshuis, maar nog geen oplossing voor handen. De oppositie staat langs de zijlijn, en enkeling komt met zijn eigen plannen die moeilijk serieus te nemen zijn. Hoe komt het dat het Nederlandse volk zo weinig vertrouwen heeft in haar regering? Zien ze niet dat het kabinet alles doet om de crisis aan te pakken?

Nee, dat zien ze niet. En de reden is precies waarom de onderhandelingen deze week stopgezet werden: Europese verplichtingen. Deze verplichtingen vreten hevig aan de democratische legitimiteit van niet alleen onze regering, maar alle regeringen in Europa. Op het CDA-congress werd het nog eens door Balkenende ingewreven: “we zijn nu eenmaal afhankelijk van de landen om ons heen. In de kern draait het hier om de bestuurlijke autoriteit van ons kabinet: kan het nog bindende beslissingen en ervaart het volk een morele plicht om deze beslissingen te gehoorzamen? Het is leerzaam om hier Abraham Lincoln aan te halen, die in één zin wist samen te vatten waar het in een democratie om ging, namelijk een “Government of the people, by the people, and for the people”. Deze drievoud van (1) geregeerden (of the people), (2) regeerders (by the people), en (3) de begunstigden van regering (for the people) zijn totaal zoekgeraakt in de Europese Unie.

Het belangrijkste verschil met onze tijd en die van Abraham Lincoln, is dat onze tijd gekenmerkt wordt door een hogere economische afhankelijkheid tussen landen. De natiestaat heeft haar controle verloren over haar economische grenzen. Dit is vooral duidelijk in de Europese Unie. Bedrijven kunnen verkassen naar landen met aantrekkelijkere belastingtarieven. Werknemers kunnen emigreren naar landen met een hoger salaris. Echter, hoe mooi deze globalisering ook allemaal klinkt, met allerlei internationale instituties die dat bevorderen zoals de EU en de VN, nationale regeringen zijn wel nog steeds verantwoordelijk voor de economische en sociale welvaart van haar bevolking. De nationale regering moet zich verantwoorden voor stijgende werkloosheid, voor vertrekkende bedrijven, voor dalende investeringen etc.

Hier hebben we de belangrijkste reden voor de ontevredenheid van de bevolking met het huidige kabinet. Op zich ligt dat namelijk niet zozeer aan Balkenende zelf, als wel aan het hele idee van economische en politieke integratie in Europa. Wat onze regering verweten kan worden, is dat het hier geen paal en perk aan stelt. Het Europese traject wordt afgespiegeld als iets dat onontkoombaar is. Zeker nu met de economische crisis: dat kunnen nooit alleen oplossen, is een veelgehoorde kreet.

Dat dergelijke redeneringen totale onzin is moge duidelijk zijn. Integendeel zelfs, volgens mij werkt de huidige Europese integratie een goede oplossing juist tegen. Een beslissing in één land, kan namelijk gevolgen hebben voor de ander. Investeringen in Frankrijk stromen door naar andere landen. Geen enkel land wil dus te veel investeren, zeker niet als je een open economie hebt als Nederland. Het geld zal voor 60% zo in Duitsland terechtkomen. Zie hier het free-ride probleem van de Europese Unie.

Maar er is nog een fundamentelere fout met het idee van Europese integratie. Niet alleen hebben regeringen hun controle verloren over economische grenzen, maar ook over wat voor soort nationaal beleid zij aan kunnen nemen. Steeds vaker wordt vanuit Brussel bepaald wat wel en wat niet mag. Het gevolg is dat “government for the people” wordt op deze manier onmogelijk. Immers, het volk kan wel bepaalde wensen hebben, maar alles moet worden afgestemd met Brussel. Naast de ondoorzichtige processen die daar plaats vinden, heeft dit het effect dat de burger zich niet meer gehoord voelt door haar regering. Logisch, deze kan immers de wensen van het volk niet meer inwilligen omdat vastzit aan de voortdenderende trein van Brussel. Het gevolg is een democratisch deficit.

Het wordt tijd dat we gaan beseffen dat er een belangrijke voorwaarde is voor de legitimiteit van welk soort regering dan ook. Deze voorwaarde wordt vaak als gegeven aangenomen in de nationale context, namelijk “government of the people”. Wat Lincoln hiermee bedoelde is dat het duidelijk moet zijn voor ‘welk volk’ de regering was. Hoe kunnen we het volk definiëren? Hiermee wordt niet alleen verschil of gelijkheid van bevolkingsgroepen bedoelt, maar ook een ‘wij-identiteit’ dat is gedeeld bij alle leden van het volk. Deze identiteit is een belangrijke voorwaarde voor democratische legitimiteit.

Geen enkele politieke eenheid boven het nationale niveau tot nu toe, is in staat geweest een ‘wij-identiteit’ te creëren. Noch de EU, noch de VN heeft een gedeeld gevoel kunnen creëren tussen verschillende volken of culturen. Democratie kan namelijk niet bestaan in een vacuüm. Het is gebouwd op het bestaan van een samenleving, een Demos. Zonder Demos, waarin de minderheid beslissingen van de meerderheid accepteert omdat het deze als legitiem ziet, kan er geen werkende democratie bestaan.

Wanneer we naar Europa kijken kunnen we vaststellen dat er geen Europese Demos is – het ontbreekt zowel aan een volk als aan een natie. Het wordt tijd dat Europese regeringen terugkeren naar hun hoofdsteden, waar het volk wel gehoord kan worden, waar wel beslissingen genomen kunnen worden, en waar wel verantwoording afgelegd kan worden.