Waarom ik tegen abortus ben - of voor

Printervriendelijke versieStuur deze tekst naar een bekendePDF versie

In het abortusdebat zijn er twee partijen: christelijk-conservatief pro-life en seculier-progressief pro-choice. De eerste kan haar eigen positie makkelijk verdedigen. De seculiere (of naturalistische) positie ligt minder voor de hand: we raken verstrikt als we van daar uit echt over abortus nadenken. We moeten ons dan afvragen of we hier niet tegen de grenzen van moreel redeneren aanlopen.

Volgens het christelijk geloof heeft God de mens naar zijn even beeld geschapen. Waar Hij aan het ombrengen van dieren geen aanstoot lijkt te nemen, heeft Hij het vermoorden van medemensen expliciet verboden. En aangezien een foetus al een door God in de schoot van de vrouw gelegd mensje is, is abortus moord.

Voorstanders van abortus zien ongeborenen daarentegen als subhumaan. Een ongeboren kind heeft naar hun mening niet de rechten van een pasgeborene: anders zouden zij met de pro-life kant abortus als niet anders dan infanticide achten.

Wanneer een zwangerschap niet gewenst is en de moeder wil aborteren, is er een conflict tussen het recht op leven van het ongeboren kind en de wilsvrijheid van de moeder. De pro-choice beweging kiest duidelijk partij voor de moeder. Wat zij wil, hoe zij haar leven wil inrichten, is belangrijker dan ongeboren leven: ‘baas in eigen buik.’ Na de geboorte is het recht op leven echter belangrijker dan wilsvrijheid. Een moeder mag niet, om maar een voorbeeld te noemen, in het geval van postnatale depressie haar kind vermoorden.

Vanuit filosofisch oogpunt komen voorstanders nu in een lastig parket. Immers, op wat voor grond is een pasgeboren kind wel een mens met bijkomende rechten, en een foetus van 24 weken oud? Waarom is het legaal om een kind 22 weken na bevruchting het leven te ontnemen, en na 24 weken strafbaar?

In een naturalistisch wereldbeeld (waarin de mens niet geschapen is door een god, maar een product is van evolutionaire processen waar geen doel achter zit) is het überhaupt de vraag of menselijk leven iets ‘waard’ is. Bestaat menselijke waardigheid niet louter in de ogen van medemensen die om ons geven?

Wanneer de menselijke waardigheid een sociale constructie is, is er weinig op tegen een foetus te aborteren. Een mens is het wezentje niet: hij is hooguit biologisch een Homo sapiens, en is nog niet mens geworden door in het werkelijke leven een persoonlijkheid te verwerven.

U raadt zelf al dat aan deze redenering een zeer donkere zijde zit. Als de menselijke waardigheid namelijk relatief en een sociale constructie is, dan zijn gehandicapten weggestopt in Roemeens weeshuizen ook subhumaan, letterlijk Untermenschen. Doordat niemand naar ze omkijkt, zijn ze nooit volwaardige leden van de mensheid geworden. Hetzelfde geldt dichterbij huis voor eenzame bejaarden of sociaal geïsoleerde (autistische) kinderen. Hen reduceren tot minderwaardige wezens is verwerpelijk, misselijkmakend. Morele intuïtie trekt hier aan de rem.

Seculiere voorstanders van abortus delen de algehele verwerping van de bovenstaande redenering. Juist zij benadrukken de gelijk(waardig)heid van alle mensen. De voor hen meest sublieme uitdrukking daarvan is de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Het daaruit voortgevloeide mensenrechtendiscours (dat wortels heeft in de achttiende eeuw) gelooft heilig in de gelijkheid van alle mensen in alle samenlevingen. De uitsluiting van ongeborenen van die groep kunnen ze echter moeilijk rechtvaardigen.

Ben ik tegen abortus? Ik zie geen reden om ongeboren kinderen subhumaan te achten. Tussen een foetus en een pasgeborene zit geen wezenlijk verschil. Vage scheidslijnen als ‘levensvatbaarheid’ of ‘bewustzijn’ zijn nergens op gebaseerd. Anderzijds is met mijn ‘waardigheid voor allen’ het hek van de dam. Omdat de mens ontologisch gezien een dier is, zouden wij ook bescherming moeten bieden aan lieve zeehondjes en irritante insecten. Normaal leven is dan onmogelijk.

De tragiek van onze toenemende heerschappij over leven en dood is dat we voor ethische dilemma’s komen te staan die we simpelweg niet kunnen oplossen. Kiezen is altijd verliezen. En waar er niet over het eigen lichaam besloten wordt maar over het leven van anderen, is de last van schuldgevoel en verantwoordelijkheid oneindig groot. Zijn mensenschouders niet te zwak om die last te dragen?