Geen maagden maar druiven - over de bronnen van de islam*

Een Arabist en een journalist van Trouw hebben een wetenschappelijk onderbouwd en zeer ondermijnend boek over het ontstaan van de Islam geschreven. Heeft de profeet Mohammed wel echt bestaan?

Kun je van de islam atheïstisch worden? Ja, dat kan natuurlijk. Er zijn voorbeelden te over van mensen die als moslim zijn geboren en opgegroeid en op een gegeven moment tot de conclusie komen dat het allemaal onzin is, die Koran, die profeet en al die heilige plichten, en die afvallig worden. Dat valt nog niet mee, overigens. De levensloop van onderscheiden figuren als Ayaan Hirsi Ali en Ehsan Jami bewijst dat.

Maar kun je ook als christen als gevolg van een intensieve bestudering van de islam atheïst worden? Er zijn zo af en toe berichten over christenen die zich in de islam verdiepen en zich daarna tot de islam bekeren – zoals er ook moslims zijn die overgaan tot het christelijk geloof. Maar is het ook mogelijk dat je als gelovig christen tot de conclusie komt, door een langdurige confrontatie met de islam, dat zowel de islam als het christendom varianten zijn van het ene verschijnsel religie en dat beiden gedragen worden door pre-moderne overtuigingen die eigenlijk onhoudbaar zijn – opvattingen over heilige boeken, een almachtige schepper en afhankelijke schepselen, en over de positie van vrouwen en homo’s?

Ja, dat kan ook. Eind vorig jaar schreef een vooraanstaand Brits intellectueel, Douglas Murray, een artikel in de Spectator waarin hij uitlegde hoe de studie van de islam van hem een atheïst had gemaakt.

Murray (1979) is een beetje een wonderkind. Hij bezocht Eton, studeerde Engels in Oxford en publiceerde op 20-jarige leeftijd een bekroonde biografie over Lord Alfred Douglas, de vriend van Oscar Wilde. Hij schreef een boek ter verdediging van het neoconservatisme. En hij was, stelde hij zelf steeds nadrukkelijk, ‘praktiserend lid’ van de Anglikaanse Kerk.

De theorie van Charles Darwin had zijn geloof nooit op zijn grondvesten doen schudden, maar de Duitse bijbelkritiek wel. Dat is een tak van wetenschap, ook nu nog aan alle Nederlandse universiteiten beoefend, die de tekst van de Bijbel bestudeerd en door een vergelijking van bestaande manuscripten probeert vast te stellen wat de oorspronkelijke tekst van de Bijbel is geweest. Dat lijkt een onschuldige bezigheid, maar is het niet. Zo staat, bijvoorbeeld, in moderne tekstedities van de Bijbel niet de tekst uit een van de brieven van Johannes waarop eeuwenlang het dogma van de drieëenheid van God gebaseerd is.

Toen Murray voor het eerst met dit soort resultaten in aanraking kwam, duwde hij de ondermijnende boeken waarin die resultaten stonden snel van zich af. Maar toen hij als een van de voornaamste Britse intellectuelen, en inmiddels directeur van een denktank in Londen, de islam ging bestuderen, kwam de wetenschap van de tekstkritiek via een omweg bij hem terug. De claim van de Koran dat het het woord van Allah is, eeuwig en onveranderlijk, dat in de zevende eeuw aan een ongeletterde handelaar in Arabië is geopenbaard, is direct al ongeloofwaardig: als dat woord in een periode van 23 jaar aan Mohammed zou zijn geopenbaard, waarom staat er dan ook zoveel plagiaat uit de Joodse en christelijke bijbel in? En die twijfel aan de claims van een heilig boek leidde tot zo’n fundamentele twijfel aan zo’n claim als zodanig, dat Murray zijn christelijk geloof vaarwel zei.

Het gekke is, dat die kritische bestudering van de tekst van de Koran binnen de islam niet bestaat. Christenen doen dat al 500 jaar, sinds onze landgenoot Erasmus begin zestiende eeuw tot de conclusie kwam dat heilige teksten een ontstaansgeschiedenis hebben en dat de interpretatie van die teksten met distantie en in hun historische context moet gebeuren. Binnen de Islam is dit niet mogelijk, want de Koran is door Allah eens en voor altijd aan Mohammed gedicteerd, en daarmee is een discussie over het ontstaan en de wording van de Koran bij voorbaat onmogelijk. De Koran kan dus, als gevolg hiervan, ook niet met historische distantie en reserve worden gelezen – zoals christenen dat wel met de Bijbel doen. Een historisch-kritische uitgave van de Koran – een uitgave waarin op basis van een vergelijking van de verschillende handschriften een tekst is vastgesteld die het origineel zo dicht mogelijk benadert – bestaat dan ook niet, anders dan van de Bijbel. Vondsten van handschriften van de Koran leiden dan ook steevast tot gedoe.

Een jaar geleden nog werd bekend dat er in Zuid-Duitsland fotografische opnamen van oude Koranmanuscripten waren teruggevonden. De tekst daarvan week aanzienlijk af van de tekst zoals die in de officiële Koran staat, en tegen openbaarmaking werd dan ook officieel verzet aangetekend. Er is sindsdien weinig meer van vernomen. Op oude munten met de eerste kaliefen (opvolgers van Mohammed) staan zij bijvoorbeeld met christelijke symbolen afgebeeld.

Kan de islam de toets van de historische kritiek doorstaan? Wanneer we streng wetenschappelijk naar de ontstaansgeschiedenis van de Islam kijken, dan blijkt er gerede twijfel mogelijk aan het officiële verhaal over Mohammed, zijn volgelingen en de stichting van een islamitisch rijk in de periode tussen 600 en 800 na Christus. De vroegste koranhandschriften, berichten van tijdgenoten en archeologisch materiaal, zoals inscripties en munten, halen het orthodoxe verhaal fundamenteel onderuit. Maar het punt is dat in de westerse wetenschap jongere teksten (zoals biografieën van Mohammed) aan de hand van ouder bewijsmateriaal worden gecorrigeerd, terwijl moslims en de wetenschap van de islamologie de mythes in stand houden en de bewijsvoering telkens omdraaien.

Dat blijkt uit het boek dat Eildert Mulder en Thomas Milo, een arabist en een journalist, samen hebben geschreven. Die samenwerking is een hoogst gelukkige. Hun fascinerende boek, dat ook voor leken en buitenstaanders uitstekend leesbaar en begrijpelijk is, is daarmee een ‘journalistiek verslag van een wetenschappelijke discussie over de ontstaansgeschiedenis van de islam’ geworden. Of beter: een toegankelijk verslag van pogingen om de oorsprongen van de islam te ontmythologiseren.

Mulder en Milo spreken van ‘achterstallig onderhoud’ en bedoelen daarmee dat zaken die in de joodse en christelijke tradities al eeuwen volstrekt normaal zijn – zoals kritische uitgaven van de teksten van heilige boeken en woordenboeken waarin de betekenissen van woorden uit ‘heilige’ talen kunnen worden opgezocht – binnen de islam nog altijd verboden zijn. De discussie over de oorsprongen van de islam wordt al zo’n 150 jaar gevoerd, en is de laatste jaren weer opgelaaid, vooral als gevolg van het filologische werk van een zekere Christoph Luxenberg. Hij ontdekte bijvoorbeeld dat er in de Arabische tekst van de Koran tal van Aramese woorden staan en dat de betekenis van die woorden een geheel andere is dan tot nog toe is aangenomen.

Wie Luxenberg is, mogen we niet weten, zoals ook Mulder en Milo hun werk incognito presenteren. Hun boek vermeldt niets over hen zelf. Blijkbaar moet je toch een beetje uitkijken wanneer je opschrijft dat Mohammed een figuur is die aan de latere fantasie van de Arabieren is ontsproten. Of wanneer je dingen opschrijft die terroristen danig teleur moeten stellen: op grond van een waarschijnlijk betere lezing van een bepaalde passage uit de Koran zullen zij in het hiernamaals niet door 72 maagden worden opgewacht maar op 72 druiven worden getrakteerd. En Mohammed is niet de naam van een persoon maar een bijvoeglijk naamwoord bij een andere persoon, Jezus, en betekent ‘de prijzenswaardige’.

Haatreacties uit radicaal-islamitische hoek hebben Mulder en Milo nog niet gekregen. De beruchte sjeik Fawaz van de Haagse As-Soennah moskee heeft al wel gereageerd op een website. In een uitvoerig stuk schetst hij de geschiedenis van de bijbelkritiek, om te concluderen dat eenzelfde kritische benadering van de Koran moet worden afgewezen. Gewoon omdat die niet nodig is, aangezien de Koran het ongeschapen en eeuwige boek van Allah is, aan Mohammed gedicteerd door de engel Gabriël.

Er is dus nog een lange weg te gaan voordat een islamitische Erasmus zijn volgelingen tot een andere manier van lezen van de Koran zal weten te verleiden.

N.a.v. Eildert Mulder en Thomas Milo, De omstreden bronnen van de islam (uitgeverij Meinema, 25,00 euro)

* Eerder verschenen in HP/De Tijd