Bos begrijpt bonuskwestie niet

Wouter Bos wil dat de Tweede Kamer actie onderneemt om ervoor te zorgen dat financiële instellingen die staatssteun ontvangen in de toekomst geen bonussen meer kunnen betalen. Dat is begrijpelijk, want zoals de zaken nu liggen, kunnen de Minister van Financiën en zijn verlengstuk Lodewijk de Waal niet verhinderen dat iemand een bonus krijgt. Bos zei zich erover te verbazen dat de persoon in kwestie de bonus had aangenomen - dat zou hij zelf natuurlijk nóóit gedaan hebben. Deze uitspraak getuigt niet alleen van een naïef mensbeeld, maar maakt ook duidelijk dat Bos een blinde vlek heeft. Bij het zoeken naar een oplossing voor de bonuskwestie - ik spreek nu over de bonuskwestie in het algemeen, niet slechts die bij instellingen met staatssteun - ziet Bos namelijk slechts twee actoren: het individu en de staat. Vanuit zijn naïeve mensbeeld verwacht Bos dat het individu een bonus gewoon weigert als hij die eigenlijk niet verdient. Het behoeft geen betoog dat je daar niet zonder meer vanuit kunt gaan, zoals de praktijk maar al te vaak laat zien. Wanneer het individu iets niet zelf kan doen, verwacht een sociaal-democraat als Bos het meteen van de - in zijn optiek alvermogende - staat. Zo zwalkt Bos tussen individualisme en ‘statisme’, zonder een moment stil te staan bij het bestaan van intermediaire verbanden in de samenleving.

Eelke Heemskerk, politicoloog aan de UvA - toch ook geen bolwerk van conservatisme - heeft dat beter begrepen, blijkens zijn opinieartikel Elite moet moreel leiderschap tonen (de Volkskrant, maandag 9 maart j.l.). Heemskerk stelt dat bestuur en toezicht van bedrijven tot ver in de 20e eeuw waren georganiseerd rond telgen uit aristocratische families met aanzienlijk bezit. De redenatie was dat vermogenden minder gevoelig zijn voor corruptie en machtsmisbruik:

“Tegenwoordig worden bestuurders van bedrijven niet op hun familieachtergrond en kapitaal geselecteerd, maar vooral op hun eigen merites. Vervolgens worden zij in staat gesteld aanzienlijke financiële middelen te onttrekken aan het bedrijf waar zij leiding geven. (..) Waar vroeger de familienaam wezenlijk bijdroeg aan de status is dat nu de hoogte van zijn inkomen geworden.”

Wil ik dus betogen dat we terug moeten naar een situatie waarin de leidende figuren in bedrijven uitsluitend geselecteerd mogen worden uit vermogende families van aristocratie en patriciaat? Nee nee, lees nu maar gewoon verder. Heemskerk vervolgt met te stellen dat het principe ‘ons kent ons’ - dat doorgaans uitsluitend negatief geduid wordt - bij gebleken onbekwaamheid of immoreel gedrag kon leiden tot uitsluiting. En hier raken we aan de kern van het huidige tekort: het informele systeem van normstelling is verdwenen. Bestuurders staan wel bloot aan de openbaarheid, waardoor er naming and shaming in de media plaatsvindt. Dat heeft echter beperkt effect, omdat bestuurders redeneren dat nationale moraal geen invloed heeft op bedrijfsvoering in internationale context. De enige morele kaders die zij erkennen zijn de ‘good governance’-codes, maar die leiden hooguit tot een zich oppervlakkig aan de regeltjes houden en scheppen een mentaliteit waarin alles wat niet verboden is, meteen ook is toegestaan.

De huidige bedrijfselite houdt elkaar de hand boven het hoofd als het gaat om beloningsbeleid en verantwoord ondernemen. Nu zou Bos kunnen komen met een wettelijk verankerde morele taakstelling voor toezichthouders (zoals bepleit door topman Theo Camps van Berenschot in De Volkskrant van 7 maart jl.), maar zoiets heeft alleen zin als het “gedragen wordt door een morele gemeenschap. Is die er niet, dan zijn de boetes geen morele sancties maar slechts een kostenpost op de balans” (idid.). Van het individu en de staat moeten we het dus niet hebben. De oplossing zal uiteindelijk moeten komen vanuit de maatschappelijke tussenlaag van verenigingen en (bedrijfs)organisaties. Binnen de bestuurlijke elite in bedrijven zal opnieuw een zelfreinigend vermogen moeten ontstaan vanuit een gevoel van corporate moral responsibility. Als bedrijven willen laten zien dat het hen daadwerkelijk menens is met het opvijzelen van hun maatschappelijke reputatie, zouden ze eens kunnen beginnen met een einde te maken aan de ‘bonus by default’-cultuur. Daar zou toch helemaal geen wetgeving voor nodig moeten zijn.

Dit blog is ook verschenen op het Open Podium van De Dagelijkse Standaard.

Update 30.3.2009: Het blog is verplaatst naar het archief van het Open Podium.