RECENSIE: Steeds verder weg (Boudewijn Büch)
In 2002 verscheen van de hand van Boudewijn Büch Steeds verder weg. "De verzamelaar op reis, deel I" luidt de ondertitel van een boek dat nooit een vervolg zal krijgen; de auteur overleed kort na de publicatie van dit eerste deel.
Steeds verder weg is een heerlijk patchwork van reisverhalen waarin we Büch op de voet volgen op zoek naar, tja, … antwoorden op vragen die enkel in Büchs eigen universum met stip op de prioriteitenlijst konden vermeld staan. De inzet van dromedarissen in de strijd tegen de konijnenplagen in Australië, het wedervaren van obscure koningen zonder land als Antoine-Orélie I van Araucanië en Patagonië, de precieze omstandigheden waarin Napoléon IV, "Le prince impérial", in Zuid-Afrika het leven verloor in een veldtocht, aan nota bene Britse zijde, tegen de Zulu's,... het is maar een kleine greep uit de vraagstukken die in dit zeer genietbare reisboek aan bod komen.
Büchs ontdekkingsreizen dienden niet louter als uitgelezen materiaal voor publicaties en televisieprogramma's, maar moesten ook - en vooral - de bibliomane honger van de auteur stillen naar steeds weer dat andere leuke boek waar het hem nog aan ontbrak. Boeken waren niet belangrijk in Büchs leven, ze wáren zijn leven. Bij de lectuur van Steeds verder weg zal menig lezer niet onverschillig blijven voor deze allesverslindende passie. Mogelijks gaan bij elke liefdevol beschreven aanwinst voor de Bibliotheca Didina et Pinguina (zo had Büch zijn eigen collectie gedoopt) zijn hart zelfs, samen met dat van de boekengekke schrijver ,sneller kloppen. Mocht aan gene zijde van dit leven een hemel bestaan, dan kan de lezer enkel maar hopen dat hij voor Boudewijn Büch in een flinke bibliotheek voorziet.
Boudewijn Büch, Steeds verder weg. De Arbeiderspers, 2002, 247 pp.



